De Parels van “Boka”

Geschreven door: Bert knubben

Een onverwachte schatkamer van uiterst zeldzame schelpen met meer kleurige parels als bonus.
 
Op een morgen, het moet in de begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest, stapt  Boeli van Leeuwen q.e.p.d. ons literair borstbeeld, zoals zo dikwijls op een zaterdag  mijn werkplaats/winkel op het strand van het toendertijd Princess Beach Hotel  binnen. (En als Boeli langs kwam was het koffie drinken, praten over klassieke muziek, zijn voorkeur voor Mozart is algemeen bekend, literatuur en vrouwen.(niet specifiek in deze volgorde)  Van mijn werken kwam dan niets meer terecht, totdat Boeli het tijd vond om weer op te stappen naar zijn volgende stek, het Avila Beach hotel of richting Dutch Schrier van het Sea Aquarium.
Terwijl ik een kop koffie inschenk, legt Boeli met trotse blik een unieke wit/roze getinte oester schelp, een collectors item van de eerste orde op mijn werktafel.De schelp onder ingewijden bekend als de ”jewelbox” in het latijn ”spondylus americanus”, had hij gekregen van onze vriend Dutch Schrier.  Volgens Boeli had Dutch er nog veel meer.
 
Nu zet iets dergelijks, een voor onze wateren toch wel zeldzame schelp mij meteen op scherp want dit was definitief geen schelp uit onze zee. We hebben ze wel, maar ze zijn uitermate zeldzaam. In 60 jaren duiken ben ik er en nog wel voor het Princess Beach hotel, dus op een lokatie waar ik honderden duiken met toeristen heb gemaakt, zegge en schrijven één keer eentje in natuurlijke staat op een diepte van 30 meter tegengekomen.
Na de schelp nog eens goed rond gedraait en bestudeert te hebben viel me op dat de bodem wel erg  gaaf en vlak was, een vergroot glas er bij gehaalt, ik dacht nu zelfs stukjes ”anti fouling” verf in de porieen te zien en dit was de oplossing van het probleem want een schelp met een vlakke bodem kan alleen maar van een schip komen het vlakke deel is van nature onmogelijk.
En het enige nieuwe op het eiland was het enkele dagen geleden af gemeerde  boor eiland op de Sint Michiels baai het  zee monsterachtige boor en reparatie-eiland aan de zeeboei in de Sint Michielsbaai, in de volksmond Boka genoemt .
 
Met mijn buurman, Oswaldo Serberie, hij had mijn watersport bedrijf in het Princess Beach hotel overgenomen, overleg gepleegt , hij had ondertussen ook al een ”vroem” ”vroem” gehoort over de oesters schelpen,  deze bijzondere schelp besproken we en kwamen al gauw tot  overeenstemming om maar eens een duikje op Boka te wagen.
Zo gezegd zo gedaan.
 
Met de ruime Dodge station wagen van Oswaldo,  richting Sint Michiels baai, naast het Octopus restaurant geparkeert, onze duikspullen, voor deze o/w tocht  alleen duikbril snorkel en vinnen en mijn duik riem met mes en wat lood   aangetrokken en door het kalme en kristal helder water naar het gevaarte toe gesnorkelt.
Bij de dichts bijzijnde ponton aan gekomen werd een paar keer diep in en uit geademt, wat ook wel hyperventieleren heet(en uitermate gevaarlijk is), de longen worden even verzadigt van zuurstof en men kan wat langer en dieper onderwater  blijven, maar goed, een  duik van 6 meter diep naar de onder kant van  de ponton en BINGO
Jewelbox schelpen bonanza, onvoorstelbaar, een 30 tot 40 centimeter dikke laag koraal en schelpen aangroei bedekte zo ver het oog reikte  de bodem van het gevaarte.
Het interessante gedeelte van het boor eiland voor mij als duiker lag uiteraard onder water, waar naar later bleek tijdens een 6 jarig verblijf in de Golf van Mexico aan de onderkant van de lichters een waar onderwater paradijs was onstaan. Het fascinerende van de flora en fauna onder de gigantische pontons was dat alles op z’n kop plaats vond en voor mijn ogen onderste boven.
Scholen fraai gekleurde vissen, kreeften en krabben zwommen en wandelden op hun kop door het met oester schelpen, harde koralenen zoals hersen koraal en  zachtte koralen zoals waaier koraal en gorgonen bedekte bodem.
 
Het reparatie-eiland gebouwd op 2 stalen lichters (pontons), met aan boord een paar gigantische hefkranen en was op Curacao voor fouragering en een hoognodige onderhoudsbeurt.
booreiland sint michielsbaai curacao
 
Hoe het onderwaterleven of beter gezegt het leven onder water de dagen lange tocht van uit de Golf van Mexico door de Caraibische zee naar Boka heeft overleeft zal wel altijd een raadsel blijven, ik kan me nog wel herinneren dat het vertrek ”s morgens vroeg plaats vond en dat tegen de avond het briljant verlichtte gevaarte nog altijd aan de horizon zichtbaar.
 
De spondylus americanus of jewel box shell.
Jewelbox
 
Het eigenlijke duikwerk
‘s Morgens in alle vroegte vertrok ik vanuit Jan Sofat in het Spaanse Water, voorzien van een eenvoudige lunch, een appel en een thermos met hete koffie, mijn duik spullen en een afgedankte grote papegaaien kooi achter in een 17 voets motor bootje met een 50 pk Yamaha buiten boord motor richting Boka.
 
Ook al had ik de boot  vanaf het Spaanse Water buiten op zee de hele trip op ”plane”, op de rug van een grote golf,  net als een windsurfer, maar dan gemotoriseert duurde de vaar tocht langs de mooie gevarieerde Curacao kust toch nog een half uur tot drie kwartier voordat ik op Boka arriveerde, daar aan gekomen kon ik de boot onder het gevaarte en uit de zon afmeren vooral het uit de zon werken vond ik erg aangenaam.
Bijna altijd lag ook Dutch Schriers met zijn boot en duikers onder het boor eiland afgemeert, er was voldoende ruimte en ook schelpen voor iedereen die er werk van wou maken.
De zee bij Boka is bijna altijd glas helder en de diepte onder het boor eiland was plus minus 25 tot 30 meter,  de bodem was vanaf de oppervlakte wazig en  vaag te onderscheiden, omgekeert vanaf de bodem is het zicht naar boven door de felle belichting van de zon kristal helder, waar ik verder geen interesse in had want mijn werk was op een diepte van hooguit 5/6 meter onder de pontons
Op de foto boven zijn de pontons net niet zichtbaar.
 
Bij tijd en wijle liet men om de een of andere reden het hele gevaarte ook een meter zinken of omgekeert weer stijgen wat de reden hier voor was heb ik nooit achter haalt, het zal te maken hebben gehad met plaats bepaling en/of stroom, het gevaarte lag behalve aan de zeeboei ook nog aan elke hoek met een  20 meter lange ketting waaraan het eind een  lood zwaar anker, je kon de  kettingen met een schakel dikte van 15 cm ver de diepte in zien verdwijnen richting ankers.
 
Tussen de bemanning en ons was er bijna geen contact, soms als zij gingen passagieren en wij toevallig boven water waren werden en vriendelijke groeten uit gewisselt, verder bestonden wij niet voor hen.
Mijn duik equipment voor dit werk was meest primitief en simpel totaal verstoken van tierlantijntjes.
Eenvoudige (en voor de tegenwoordige standard) kleine zwemvinnen, duikbril met altijd een snorkel, riem met een scherp duikmes en 4 pond aan loden gewichten, een ”wetsuit” tegen de kou, het kan na een kwartier onder water goed fris worden en ik moet toegeven dat zelfs met een wet suit het aardig kil kan worden en heb dan ook wel eens een plas laten gaan wat de zaak wat op warmde, dan de met lucht gevulde volle duiktank met reserve en aangebouwt een”backpack” zodat de tank op je rug vastzit en een goedkope adem halings regulator, deze zorgt er voor dat de volle tank druk van 2500 pnd. (een buiten band heeft een druk van 32 a 34 pnd) naar een 1 ste phase van 150 pnd/sqi  dan naar de 2de phase in je mond stuk, naar wat je longen nodig hebben, dan nog mijn harpoen als onderdeel van de uitrusting maar die bleef meestal in de boot liggen.
Uitgerust met een timmermans hamer en een  brede hout bijtel, beiden met een kort koort de hamer links en de beitel rechts aan mijn polsen bevestigt tegen verlies want als er daar iets uit je handen viel, verdween het in de blauwe diepte en tegen de tijd dat je die spullen weer van de bodem had opgevist en naar boven het gebracht had je op de lange tocht naar beneden en weer naar boven een hoop lucht uit je tank opgeademt. 
De tot 6 meter diepe duik om onder het ponton te komen was een peule schil maar nu begon het eigenlijke werk pas en het bleek al vlug een kleine moeite om de oester schelpen van de bodem los te slaan, de beitel 45 graden schuin aan de voet van de schelp tegen de bodem, een mep met de hamer was al voldoende om de schelp los te wrikken, met een beetje geluk sloeg je in 1 keer 3 of 4 schelpen tegelijk van de bodem af, de schelpen leefden in kolonies vlak tegen elkaar aan.
 
Zaak was om er voorzichtig mee om te gaan zodat ze en aan elkaar vast bleven zitten en de lange punten van de schelp niet beschadigt werden. 
De los geslagen schelpen werden opvangen en voorzichtig in een grote plastic emmer die door een met lucht opgeblazen plastic zak drijvende werd gehouden en zo tegen de bodem van de ponton plakte een soort omgekeerd parachute systeem, ook de plastic zak werd goed in het oog gehouden want die raakte wel eens lek door de scherpe punten van de schelpen en zakte dan met emmer en al naar de diepe bodem, dat was wel uitkijken geblazen . De emmer werd zodra hij door het gewicht van de schelpen begon te zinken. Omgekeert in  de grote, afgedankte papegaaien kooi van gaas welke ik achter aan de boot met touwen onderwater had vast gemaakt, zodoende hield ik de schelpen in leven.
 
Met het duik werk op deze diepte was er met 1 scuba duik tank,  2 uur onderwater door te werken, een eenvoudige lunch, een versterkent dutje, de lege tank om geruilt voor de volle en zo was ik gemiddelt met 2 scuba duik tanks per dag  toch nog 4 uur onderwater aan het bikken. 
De  kooi werd voor het naar huis varen aan boord gehesen en achter in de boot gezet, de schelpen klapten als ze boven water kwamen dicht en overleefden de tocht naar huis, door dat er nu tegen stroom en golven op werd gevaren ging het een stuk langzamer en kon ik een vis lijntje uit gooien, de boni of jaro die zo gevangen werd diende later op de avond met een glas wijn als een gourmet diner.. 
Daar ik op Jan Sovat aan het water woonde, was het een koud kunstje om bij thuiskomst de kooi in het water om te draaien waardoor de schelpen op de bodem van het binnenwater levent bewaard konden worden, totdat ik tijd kreeg om ze te verwerken en schoon te maken.
 
Het verwerken deed ik op m’n gemak in de late namiddag en ‘s avonds.
Een emmer schelpen werd aan wal gebracht waarbij de schelpen eenmaal uit het water na enkele minuten vanzelf open gingen staan, waardoor de spier, het eetbare gedeelte zichtbaar werd en  los gesneden kon worden van de bodem en  deksel van de schelp. 
Het vlees van de oester bleek gebraden in boter met wat uitjes en knoflook een ware delicatesse en tijdens een van de dineetjes  beet ik op iets hard en vond  een minuscuul rood pareltje.
 
De parels 
Nadat het eerste witte pareltje gevonden werd, begon ik  elke oester minitieus los te snijden en op een klein bordje uit te sprijden en met de vingers voorzichtig te  betasten en bevoelen voor pareltjes wat uitermate zogvuldig  gebeurde..
Het waren maar kleine pareltjes tussen de 2 tot 4 milli meter dik, 
met een enkele uitzondering van 5 tot 6 mm, meest roodachtig gekleurd maar ook hierin veel variatie.
set  2 mm pareltjes
 
Er waren ook enkele blank parelmoer gekleurden bij van 5/6 mm dik, waarvan ik voor mijn moeder een paar oorknoppen heb gemaakt, deze zijn in  een prive collectie.
De rest van de parels heb ik ter versiering van mijn hand gemaakte zwart koraal kunststukjes en sieraden gebruikt. 
Na het checken voor pareltjes begon het schoonmaak werk van de schelpen.  
grote parel oorknoppen afgewerkt met 14 ky goud 
om de schelpen van buiten schoon te maken en te ontdoen van de jaren lange aangroei van het wier en mos, doopte ik ze in een emmer met het chloor, dat men voor de schoonmaak van tegels in zwembaden gebruikt, dit vreselijke spul maakte korte metten met allerlij  aangroei, de schelpen waren meest wit van kleur, met enkele roze en gele uitzonderingen.
De meeste schelpen zijn gedurende afgelopen 30 jaar aan verzamelaars 
verkocht.                           
Konings koraal tiki met in goud gevatte parel
konings koraal hart met rode parel 
Tree of life,  meer takkig   stuk konings koraal met parels
 
Ik dacht een week of 3 bezig te zijn  geweest met het dagelijks naar Boka te varen en het duikwerk onder de pontons met het hakken van schelpen, tussen door maakte ik jacht op de loslopende kreeften en op een of andere manier vonden de in scholen zwemmende grote jacks het fijn om in de schaduw onder het boor eiland door te zwemmen en als ze het ernaar maakten, dus als ze te dichtbij kwamen pakte ik de harpoen uit de boot, en wist zodoende toch altijd wel eentje te verschalken, de jacks hebben gemiddelt een gewicht van 15 kilo wat wel even, vooral als het geen ”dead” shot was, dus alleen aangeschoten, een waar onderwater spektakel opleverde, het gevecht waarbij de gewonde vis de diepte in trok en ik in tegen over gestelde richting hem probeerde binnen te halen
Om hem af te maken door onder de kieuwplaten zijn hart grijpen en te stoppen of wat veel moeilijker en ook voor mezelf gevaarlijker is hem met mijn mes tussen de ogen de genade klap te geven, deze grote jack’s willen als ze aan geschoten zijn wel eens flink te keer gaan.
Terwijl ik onderwater bezig was hield mijn oude vriend Tujo, kapitein van de “Mayflower” NC 177 en visser van beroep voor een emmer oesters mijn boot in de gaten, Tujo maakte van de oesters een “awa di plaja” vis soep, een meesterlijke  Bouillabaisse.
Niet lang daarna is het booreiland tegen betaling  onderwater grondig schoongemaakt door een lokaal duik bedrijf met een groep professionele  duikers. 
In 1976/77.. werkte Tujo met zijn boot mee op de Bullenbaai terminals bij de onderwater explosie werkzaamheden voor de uitbreiding en de aanleg van de diepwater jetties ten behoeve van de VLCOC dat staat voor very large crude oil carrier, maar dat is een ander verhaal.
 
Geschreven door Bert Knubben
Juwelen uit de collectie van Mevr Paula Knubben
Schelpen uit de collectie van Bert Knubben

Geef een reactie

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.